Hereniging en afscheid

Er was eens een meisje dat de oudste was van drie zusjes en dus als eerste de basisschool in het kleine dorp zou gaan verlaten. Vanwege haar Citoscore van 550 werd ze naast twee scholengemeenschappen met duizelingwekkend veel gangen en nog veel meer leerlingen ook rondgeleid door het veel kleinere Stedelijk Gymnasium. Ze wist eigenlijk niet precies de betekenis van ‘score 550’ noch ‘gymnasium’, maar de oude man met de pijp en de baard vertelde zo vriendelijk – en deed haar een beetje aan de Kerstman denken en aan opa’s uit oude kinderboeken – en daarom koos ze voor hem en “zijn” school. Hij zou haar de eerste twee jaar Latijn gaan geven alvorens met pensioen te gaan, ze hoopte op de Noordpool. Zes jaar later verliet ze de school om naar de volgende te vertrekken en weer negen jaar later is ze terug om afscheid te nemen. Het oude zal gesloopt worden, het nieuwe gebouw ‘energiezuiniger’ en ‘meer van deze tijd’ zijn. En dat vindt ze best een beetje jammer, ze houdt niet van het slopen van oude vertrouwde dingen.

Dat meisje ben ik, Sophie, ook wel bekend als ‘Sophie nostalgie’, met een eeuwige heimwee naar dat wat geweest is en nooit meer zo zal zijn (en meestal ook nooit zo was) als in de film die zij ervan gemaakt heeft in haar hoofd. Ik zag op tegen gisteren, omdat ik geen talent heb voor afscheid nemen, het afsluiten van levensfases en ik de schoonheid van verandering zelden (en áls, dan pas heel veel later) zie.

Het was een onwerkelijke ervaring om terug te zijn, maar ook snel heel vertrouwd. Samen met een aantal oud-klasgenoten liep ik rondje na rondje, om de herinneringen op te roepen en voorgoed te archiveren, ‘nu het nog kan’. We liepen door de gangen die zes jaar lang onze wereld waren geweest. In het oude tekenlokaal lachten we heel hard om onze klassenfoto uit het eerste jaar: ‘mijn God, dat haar!’; ‘was dat soort broeken mode?!’; ‘dat t-shirt heb ik nog!’; ‘ik tel 8 beugels!’; ‘wat was ik dik!’, ‘wat was ik slank!’. Bij de lerarenkamer blijkt nog dezelfde foto te hangen, nog net zo vergeeld en inmiddels nóg iets gedateerder. En hij hangt nog steeds scheef, waarschijnlijk van alle wijzende vingers van lachenden leerlingen die docenten in hun jongere jaren aanwijzen. Sommige dingen veranderen niet. De verf op de traptreden bladdert door generaties dragers van boekentassen vol kennis en verlangens. Voetstappen en geroezemoes klinken hetzelfde als destijds na ieder lesuur. Even zie ik mezelf weer lopen, nog niet rechtop, zo onzichtbaar mogelijk. In de lokalen zie ik de posters – grote gekleurde landkaarten bij aardrijkskunde, bruinige hiërogliefen bij Grieks – waar ik al die jaren op uitkeek, de bankjes waar ik achter zat, de kauwgom in de leuningen. De herkenning ontroert me, het is alsof ik elk moment het huiswerk voor de volgende les in mijn Loesje-agenda vol Leonardo DiCaprio plaatjes zal gaan noteren en een werkstuk over de Verlichting schrijven.

Tijdens het lopen, het weerzien met bekenden (drie zoenen, een ‘hoe is het met jou?’, een snelle ‘is hij/zij-erg-veranderd-blik?’) worden we regelmatig aangesproken door docenten die liefdevol informeren wat er van ons geworden is (een enkeling studeert nog, de meesten zijn aan het werk). En ze memoreren dat onze klas ‘erg pittig’ was. Dat klopt, we waren een helse klas. Er werd jarenlang een “erelijst” bijgehouden van wie er het vaakst uitgestuurd werd. (Ik ben er al die jaren niet één keer uitgestuurd, een van de oorzaken van mijn geringe populariteit). ‘Klas D’ – er is een vader, een piloot, er zijn advocaten en ingenieurs – vervalt ook zoveel jaar later onmiddellijk in het vertrouwde geëtter. Naambordjes worden verwisseld, mijn borsten met het etiket ‘Ewout Veltman’ door Iphones op de foto gezet. Het gelach klinkt vertrouwd, al weten we weinig van elkaars leven nu. We doen gewoon even of we weer 13 zijn en uur na uur dezelfde zuurstof delen. En straks fietsen we naar huis, naar Etten-Leur, naar Ulvenhout of Terheijden.

Maar er is ook iets veranderd. De lokalen lijken gekrompen. Misschien omdat de wereld inmiddels zoveel groter is geworden. En Iphones hadden we niet, geen Whatsapp, Facebook en Twitter. We spraken af elkaar ‘bovenaan die trap’ of ‘bij de wc in de F’ te treffen in de pauzes. Ik loop naar binnen. De wc’s ruiken zoeter dan negen jaar geleden, maar de deuren en tegels zijn hetzelfde, net als het gelige licht. De pauzes van de dagen waarop ik mezelf dik, lelijk en dom vond – het merendeel – bracht ik vaak gedeeltelijk door in die veilige wc’s. Met mijn Kiplingrugzak en dromen.

Tegen het meisje dat ‘Happy forever alone day’ op de wc-deur schreef (ik was het niet) zou ik willen zeggen: het wordt beter, echt. De lokalen krimpen, je faalangst ook. Je zult rechterop gaan lopen, zodat je alles wat hetzelfde zal blijven beter aankunt. Want maak je maar geen illusies: je zult je leven lang af en toe een “proefwerk” (op je werk, in je gezin) verknallen. Je zult soms te laat komen en daar de consequenties van dragen. Er zullen mensen zijn die je kleding of jou maar raar vinden, niet ‘zoals het hoort’ of passend bij hun groepje. Dat geeft niet, want jij gaat groeien en mensen leren kennen en herkennen die graag in jouw buurt zijn en jij bij hen. Het wordt beter.

Diezelfde wc’s zijn voor mij geen toevluchtsoorden meer voor gekneusde tieneronzekerheid, in de spiegel kijkt een bijna volwassen vrouw me aan. Naast me staat een oude dame die vertelt ‘in een van de allereerste klassen van dit Gymnasium’ gezeten te hebben. En niet meer te weten waar ze haar jas heeft opgehangen. Ze leunt op haar wandelstok en constateert lachend dat ik mijn haar net zo opsteek als iemand uit haar oude klas. Niet alles verandert, gelukkig. Met de binnenkomst van een leerling uit de huidige lichting ontmoeten drie generaties en levensfases elkaar op het gelige toilet. De vrouw en ik gaan op zoek naar haar jas, terwijl het jonge meisje haar mascara bijwerkt.

In de hal, onderaan de trap die leidde naar de eerste zinnen Shakespeare, staat nog hetzelfde lessenaartje. Ik heb er uren op gezeten, lezend, wachtend op vriendinnen. En de eerste drie jaar veel uren wachtend op en starend naar mijn eerste liefde, de laatste drie wachtend op en pratend met de tweede. De eerste vooral verlangen naar verliefdheid, de tweede echt houden van. Ze waren er allebei niet gisteren, en toch zag ik ze lopen. Ze waren nauwelijks ouder geworden.

Er was nog iets fundamenteel veranderd. Tijdens een les van mijn oude filosofiedocent merkte ik dat mijn hersenen aan lenigheid hadden gewonnen. Toen ik 15 was, waren de filosofielessen over Foucault, Nietzsche, Hume en Descartes pittig. Mijn brein als een stijve balletdanseres: ze kon de sprongen nog niet allemaal maken. Ik maakte toen vooral driftig heel veel aantekeningen, maar kon ze nog niet plaatsen of kneden, nog niet op spitzen dansen. Nu kon ik alles met het grootste gemak volgen, ik legde moeiteloos mijn benen in mijn nek. Sterker nog, ik was inmiddels wel grotere sprongen gewend. Maar die zes jaar rekken en strekken op het Gym waren de basis, een onmisbare basis waarop ik de rest van mijn leven verder mag bouwen. Ik heb in 1997 de goede keuze gemaakt, ook al was hij gebaseerd op een lieve oude man met een pijp.

Vanmorgen las ik een herkenbare zin in Trouw: “Het was voor haar onverdraaglijk om te genieten van iets wat toch voorbij zou gaan”. Hij raakte me. Wie zo in het leven staat, zal altijd te laag inzetten en zichzelf kansen ontnemen. Melancholie, spijt, faalangst, het zijn geen goede raadgevers. En daarom nam ik me gisteren een mooie toekomst voor, met daarin hopelijk minimaal twee eigen boeken (naast de honderden van anderen die ik nog hoop te lezen): over ca. 3,5 jaar een proefschrift en ooit het boek dat nu in de vorm van een mapje op mijn bureaublad heel langzaam groeit. Ik herlas gisteravond, met een hoofd vol herinnering, een verhaal uit dat mapje dat ik een aantal jaar geleden schreef, ‘Aan een dromer’. Het is tijd om mijn eigen daarin geformuleerde advies eens te gaan opvolgen.

Met Instagram for Iphone maakte iemand een foto van het oude gebouw. Het oude werd gevangen door het nieuwe. En zo zal het ook met ons gaan. Onze herinneringen en stemmen, de gymlessen, de eerste schreden filosofie, literatuur en wiskunde, de krassen in de tafelbladen, het begin van de rest van ons leven, zal in het nieuwe, in het vervolg opgaan. Ik rechtte mijn rug. Het was tijd om los te laten. Het verleden najagend struikelde ik de toekomst binnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s