Vliegangst

Het is weer zover. Over een paar uur moet ik het vliegtuig in. Ik besef terdege dat ik mij in een luxepositie bevind en hier eigenlijk ‘mag’ moet schrijven, maar met een vader die al 15 jaar in verschillende buitenlanden woont, voelden de eerste vluchten van mijn leven als een noodzakelijk kwaad (om mijn vader te kunnen zien) en wegens angst zijn het voor mij ‘het-is-dat-het-moetjes’ gebleven om de wereld te ontdekken. Wat de gradatie van angst betreft, ben ik nog niet zo ver heen als Meg Ryan in French Kiss en laat ik me er dus niet door weerhouden iets van de wereld te zien (de reislust wint), maar de term ‘vrij panisch’ is toch wel op mij van toepassing.

Een vriend die een pilotenopleiding volgt (en op dit moment in Amerika met geblindeerde (OH MY GOD! OH MY GOD!) ramen moet vliegen) heeft mij een keer heel rustig uitgelegd dat de meeste van mijn angsten vrij onrealistisch zijn. Zo was (ben) ik bijvoorbeeld bang dat het vliegtuig spontaan uit de lucht valt (‘het kán gewoon niet dat een flatgebouw blijft hangen!’ (of drijven, ik heb een zelfde angst voor gigantische cruiseschepen)). Hij legde mij toen uit hoe vliegen ‘werkt’ (iets met luchtstromen) en dat spontaan uit de lucht vallen alleen kan gebeuren als alle luchtdruk op aarde wegvalt en dan schijnen (ik trek dit uiteraard in twijfel, want vertrouw nooit iemand die het leuk vindt om te vliegen!) we sowieso allemaal dood te zijn. Ik hield hier een ‘bang-dat-alle-luchtdruk-wegvalt-angst’ aan over en mijn vliegangst werd niet minder.

Een tweede grote angst is dat we (‘we’, want ik voel mij voor die 2 tot 12 uur bijzonder verbonden met mijn lotgenoten in de horrorkist) tegen een ander vliegtuig aanvliegen. Vriend P moest eerst hikkend bijkomen van de lach en zijn tranen drogen alvorens de poging te wagen mij gerust te stellen met zinnen als ‘die kans is echt nul’; ‘dat houden ze toch in de gaten, gek?’, ‘heb je weleens van radar gehoord?’, ‘weet je wel hoe groot de lucht is?!’, enz. Ook dit had geen enkel effect. Sinds die keer dat ik uit het raam keek (note to self: straks vermijden!) en ergens naast ons een ander vliegtuig zag vliegen (toegegeven, het leek redelijk ver weg, maar absoluut niet ver genoeg naar mijn maatstaven) ben ik panisch.

Dan heb ik nog de angst voor inslaande bliksem, in de motor belandende ganzen (uiteraard een tweeling, zijn broertje vliegt op hetzelfde moment in de andere (enige nog werkende) motor) en spontane breuk van het vliegtuig midden tussen voor- en achterkant (beter bekend als ‘daar waar ik zit en dus naar buiten gezogen word’). Het helpt niet bepaald dat ik al deze scenario’s weleens voorbij heb zien komen bij Air crash Investigations (had ik nóóit moeten kijken). Bliksem, onverwachte wind, piloten met hartinfarcten (met naast zich dronken copiloten), schroefjes die niet pasten en de romp demonteerden op 10 kilometer hoogte (ik verzin dit niet!), het leidde allemaal tot een hoopje brandend staal op de grond en afgesneden mensenlevens. Ik ben weken van slag geweest toen het vliegtuig van Air France (‘Sophie, KLM en partners zijn echt betrouwbaar. We vliegen niet met Gaza-air’ ammehoela!) van de radar en in zee verdween.

Om de vliegangst te bezweren volg ik in aanloop naar een vlucht vrij obsessief een bezweringsritueel. Wat at ik vorig jaar ook alweer op Schiphol? (toen ik niet neerstortte). Kocht ik toen een zonnebril die ik niet nodig had bij H&M en zo ja, liet ik die vervolgens meteen op het toilet liggen? (waarna ik niet neerstortte). Welke onderbroek had ik aan? (die bracht geluk, want ik stortte niet neer) enz.

Bij de laatste avond in huis, stofzuig ik – met in mijn hoofd dramatische filmmuziek- mijn paar vierkante meter (als mijn nabestaanden mijn huis komen leeghalen wil ik niet dat ze door het stof moeten waden), ik gooi koekjes en winegums in de kliko (‘ze zorgde gelukkig wel goed voor zichzelf’) en bedenk me welk jurkje welk zusje het leukste zal staan (ik hoop dat ze er geen ruzie om krijgen, zal ik vast wat post-its met suggesties plakken?).

Bijna iedereen die ik vertel over mijn vliegangst raadt mij aan gedrogeerd in het vliegtuig te stappen en dus kort ervoor aan het alcoholinfuus te gaan liggen. Helaas is dit om verschillende redenen geen optie. Ten eerste vanwege het feit dat ik nooit alcohol drink. De kans dat ik overlijd aan het drinken-voor-de-vlucht is dus aanzienlijk, omdat mijn lichaam nog nooit met iets alcoholisch (behalve nagellakremover) in contact is geweest. Bovendien is het essentieel dat ik nuchter blijf voor het geval ik in mijn reddingsvest de oceaan over moet zwemmen (en dus om te voorkomen dat ik in plaats daarvan dronken op een brokstuk mijn Spice Girls-act ga opvoeren (nee, ik ben niet in te huren voor feesten en partijen)). Tot slot moet ik aan mijn moeder denken. Stel, ik word onherkenbaar teruggevonden tussen het smeulende staal of op de bodem van de oceaan, dan zal ze eeuwig twijfelen aan de identificatie mocht mijn bloed getest worden. ‘Een promillage van 7 %? Dat kan Sophie onmogelijk zijn! Die drinkt alleen water, sap, thee en cappuccino!’ Ze zou dan de rest van haar leven de hoop houden dat ik ergens op een onbewoond eiland tegen een lekke voetbal zit te praten, terwijl ik wel degelijk mijn eeuwige roes lig uit te slapen. Kortom, alcohol is geen optie. Het wordt dus gewoon weer even doorbijten.

Gisteravond (beter bekend als ‘misschien mijn laatste avond op aarde’) ging ik weer slapen met het vluchtgerelateerde zelfverwijt: moet je weer zo nodig? Je kunt toch ook prima in Nederland blijven? Je gaat zoveel spijt krijgen tijdens die minuut dat jullie loodrecht naar beneden suizen ergens boven Frankrijk! Heb je je laatste woorden wel paraat? Je moet echt met iets originelers dan ‘Ik hou van je’ aankomen. Pas ook op dat je hem geen verwijten gaat maken. Het is het laatste wat hij hoort en jij wilde net zo goed weer naar Rome, je kiepert niet voor niets iedere keer je jaszakken en portemonnee leeg in de Trevi! (enz.)

Maar tussen al dit gepaniek, dramatisch stofzuigen en afscheid nemen, denk ik aan de stad die op me wacht. Aan de studentenhotelkamer die op ons wacht (type: bij binnenkomst struikel je meteen over het bed, ik hou ervan!), aan het ijs om de hoek bij Navona, de schildpaddenfontein in het getto op Piazza Mattei (het verhaal gaat dat een verliefde hertog de fontein in één nacht voor zijn geliefde heeft laten bouwen en zo haar hand veroverd heeft), de markt in Trastevere, Apollo en Daphne van Bernini in Borghese en de katjes tussen de ruïnes van Largo di Torre Argentina. Als ik dan toch moet sterven op reis, dan op weg naar Rome.

Advertenties

Een gedachte over “Vliegangst

  1. eveline zegt:

    Prachtig verhaal, Sophie!
    Inmiddels ben je goed aangekomen; heb je ook een bezweringsritueel voor de terugreis?
    Twee bolletjes vanille en één choco/ wel of juist geen slippers aandoen….
    Misschien is gewoon duimen maar het beste. Ik begin alvast! Kus!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s