Zet eens je slechtste beentje voor

Vanaf het moment dat ik, 7 jaar oud, via Rotterdam, Duitsland en Oegstgeest voor lange tijd neerstreek in Ulvenhout (een gehucht onder Breda) werd ík niet alleen groter, maar ook mijn fantasie. En al die jaren, langs basisschool en Gymnasium, bleef er één filmpje hardnekkig terugkomen waarin alle kleuren en dromen samenkwamen: Amsterdam.

Iedere vrijdagavond keek ik ademloos naar de Cock en Vledder. Ik keek voor de stegen en straten, de krochten en kroegen waar ze op de klanken van Toots’ mondharmonica lijken in grachten en panden vonden. Amsterdam wás voor mij Baantjer: bruisend, spannend en authentiek. Achter de prachtige gevels (ik had toen nog geen besef van de huizenmarkt en dus niet door dat de Cock wel een heel riant inspecteur-salaris moest opstrijken om na elke zaak een cognacje te kunnen nuttigen in zijn monumentale grachtenpand) woonden echte mensen met echte levens. In de steegjes vond je mini-kroegjes met aan de bar enkel echt Amsterdamse stamgasten met woeste levenslopen en gehavende koppen. Achter de toog stonden goudeerlijke, krachtige vrouwen met diepe decolletés. En iedereen verzong en verdronk lief en leed op Johnny Jordaan en Tante Leen. In kleine bakkertjes, verstopt achter bewijsmateriaal van wilde weekenden vond je gekke broodjes met filet en uitjes en koffie uit een honderdjaar oud apparaat. Ik droomde van dat Amsterdam, de stad waar iedereen zichzelf kon zijn – de hoer en de advocaat, de politieagent en de ballerina – , tien jaar lang, tot het moment dat ik er zelf met een pot verf, matras en mijn naïviteit in een kale kamer trok.

Wat was de teleurstelling groot toen ik het echte Amsterdam, het neppe Amsterdam leerde kennen. Ik ken geen stad in Nederland waar mensen minder zichzelf zijn. Eenzaamheid, falende liefdes en stervende oma’s worden niet beklonken en beweend in buurtkroegen waar de barvrouw je aan haar boezem drukt, maar weggedrukt achter ‘alles uit het leven halen’ en geforceerd doen alsof je alleen leuke dingen meemaakt. De authentieke Amsterdammers bleken in Almere te wonen (zou Vledder daar ook een huis met tuintje hebben?) en de stad overgenomen door mensen die de eerste twintig jaar van hun leven in dorpen in het noorden of oosten van het land hadden gesleten en zich opeens wereldburgers waanden bij het verlaten van Amsterdam Centraal.

Zeven jaar geleden hoefde ik als eerstejaars student enkel te strijden met mijn op hol geslagen verbeelding die achter ieder raam een leuker leven construeerde dan het mijne, maar nu is er Twitter, Facebook en FourSquare, waar mensen enkel de highlights van hun leven etaleren en jou (en elkaar) het gevoel geven dat je nooit bent waar het gebeurt en dat iedereen een spannender leven leidt dan jij.

Dat wanhopig uitdragen van een groots en meeslepend leven (sowieso een landelijke trend dankzij alle social media, maar des te erger in Amsterdam waar iedere trend begint (aldus ‘Amsterdammers’)) gaat ten koste van de authenticiteit die Amsterdam zo mooi kan maken. Ik zeg: stop de schijnvertoning en zet eens je slechtste beentje voor. Toon je ware gezicht, ook met littekens en uitgelopen mascara (en dan dus niet van dat ‘té vette’ feest in de Jimmy Woo of Supperclub). Durf eens 140 tekens eenzaamheid, griep of faalangst te twitteren. Of heb gewoon eens een mooie, geweldige avond zonder bewijsmateriaal, behalve dat filmpje in je hoofd (en hooguit een bierviltje met onleesbaar handschrift). Mijn verbeelding verslaat ieder photoshop-programma en herbeleeft mooie avonden moeiteloos zonder de hulp van Facebook. Ik kan het iedereen aanraden.

Advertenties

Een gedachte over “Zet eens je slechtste beentje voor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s