Neighbourhood cat

Zoals ik eerder bekende, ben ik geen grote dierenvriend. Ik haat dieren niet, maar het is gewoon beter dat ik ze niet onder mijn hoede neem. Ik zou domweg slecht voor ze zorgen. Ik vind het vaak al moeilijk genoeg om voor mezelf met regelmaat voedzame maaltijden te bereiden (en niet op Samsom en Gertkoekjes en K3chips te leven (het Studio 100-team kan dankzij mij 3 keer per jaar op vakantie)), laat staan voor iets op 4 poten. Als bewijs hiervoor het volgende. Een paar weken geleden kwam een afgevaardigde van de vrijwillige brandweer mijn huisje inspecteren op brandveiligheid. De bezorgde opa was gewapend met maar liefst 5 (!) rookmelders voor mijn 20 vierkante meter en nam uitgebreid de tijd om mij een volledig brandveilige toekomst te bezorgen. Ik bracht het er eigenlijk vrij redelijk vanaf, op een paar kleine puntjes na. ‘Ik zou geen ondergoed en schoenen op de trap laten liggen mevrouw, daar kunt u lelijk over struikelen als er boven brand uitbreekt’. Ik knikte begripvol en beloofde dat ik de trap voortaan vrij zou houden. Ik zei maar niet dat 1. Ik vergeten was dat hij zou komen (anders had ik die BH en dat paar laarzen wel van de trap gegooid en bovendien de gebruikte wattenschijfjes van de badkamervloer geraapt). 2. Ik het hele concept van wat kledingstukken op de trap in geval van brand opeens eigenlijk best wel een goed idee vond. In het geval van brand ’s nachts zou ik dan op weg naar beneden nog snel even wat (leuks) aan kunnen trekken, alvorens me een verdieping lager uit het raam te werpen in de armen van een sterke firefighter. Ik kreeg aan het einde van de inspectie (waarbij ik wanhopig voor de man uit bleef lopen zodat ik ondertussen nog een klokhuis en een pizzadoos uit het zicht kon trappen) grote complimenten voor het afzuigscherm/klep/dak boven mijn fornuis: in al die jaren inspecteren had hij nog nooit zó’n schoon rooster (heet dat een rooster?) gezien. Ik vertelde hem glunderend dat ik dat heel bewust elke week met een sopje en een doekje schoon boende en gooide snel een theedoek over mijn pannen die met hun stoflaag van een centimeter zouden verraden dat ik al zeker een halfjaar niet gekookt had. Blijkbaar had deze man in al zijn inspectiejaren nog nooit iemand ontmoet die zo weinig kookte. Om een lang verhaal kort te maken: ieder dier zou bij mij een kort leven beschoren zijn, want ik ben echt niet goed in goede voeding op gezette tijden. Desalniettemin hou ik heel veel van onze buurtkat. Dit (nogal forse) oranje exemplaar ligt al sinds jaar en dag in hetzelfde portiek en verplaatst zich hooguit naar het daaraan grenzende muurtje. Iedere dag fiets of loop ik langs de luie goedzak, waarbij hij het soms net kan opbrengen even op te kijken uit zijn dutje naar mijn Albert Heijntas, vermoedelijk in de hoop dat die voor hem iets lekkers in zich draagt (de arme hoopvolle schat weet niet dat hij aan die zak winegums waarschijnlijk toch geen plezier zal beleven). Het geeft een gevoel van thuiskomen, die grote oranje bonk haren op het hoekje van de straat. Vrienden en familie vragen bij ieder bezoek wanneer hij (in dat geval ‘zij’) nou eindelijk haar nestje uitpoept, waarbij ik uitleg dat hij of zij echt niet zwanger, maar gewoon volslank is. Hij wordt nu ‘de enige echte buurtkat’ genoemd, met de nadruk op enige, omdat we vermoeden dat hij alle andere katten in de buurt opgegeten heeft.

The one AND ONLY neighbourhood cat

Ik voelde me altijd een beetje ongemakkelijk als mijn zusjes ‘mijn God, hij is geloof ik nóg groter geworden sinds vorige keer’ of ‘dat is toch dierenmishandeling? Moet je daar niet iemand voor bellen?’ uitriepen. Maar vorige week vond ik in de Linda van april (met de titel ‘Snoepen & snaaien’, een titel die mij zeer bevalt) de verlossing van mijn schuldgevoel. In deze Linda staat de fotoreportage ‘Dikkie Dik’ met de ondertitel: ‘De helft van de katten is veel te dik.’ Wat volgt is een serie foto’s van katten die nauwelijks op de pagina passen en waarmee vergeleken onze portieksnurker een Kat(e) Moss is. Hoogte (en diepte-) punt is Mous. Mous weegt 16,2 (!) kilo (ongeveer zo veel als mijn nichtje van 4) en zijn baasje claimt dat hij ‘gewoon aanleg’ heeft. Mous krijgt namelijk alleen 3 keer per dag een bakje light brokken. Ik kijk nog eens goed naar Mous en besluit nooit meer een zak lightchips in huis te halen; sowieso een zinloze exercitie, omdat ik daar standaard 2 keer zoveel van at als van ‘gewone’ chips. Misschien moet ik de buurtkat toch eens een tijdje in huis nemen. Om te voorkomen dat hij eindigt als Mous. Na een maandje bij mij is hij hoogstwaarschijnlijk tot zijn halve zelf geslonken en kan hij weer op het muurtje springen, in plaats van er aan beide kanten tegelijk overheen te hangen. Ik moet hem dan alleen nog mee naar huis zien te krijgen. Misschien dat ik daar een sterke brandweerman voor kan inhuren.

Mous

Advertenties

Een gedachte over “Neighbourhood cat

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s