Bekentenis

Ik hou niet van de natuur. Ik kom er maar gewoon openlijk voor uit. Ik gedij niet op zandpaden, tussen woeste struiken of met het uitzicht op weidse landschappen. Stilte, groen en koeien maken me in het gunstigste geval vreselijk onrustig, maar meestal suïcidaal.

Het is overigens niet alleen voor mij het beste dat ik zo ver mogelijk bij planten en dieren uit de buurt blijf. Ook voor de planten en dieren is het heel verstandig. Waar mijn zusjes zich al van jongs af aan vol liefde op iedere kat, hond en ieder paard storten, loop ik liever een blokje om en hoop ik dat ze mijn jurk niet onder kwijlen of berijden. Toen ik een konijn kreeg was ik er eigenlijk na 2 dagen al klaar mee en moesten mijn ouders vervolgens nog jarenlang met brokjes en schone flesjes de tuin in terwijl ik piano oefende of de Spice Girls nadeed op mijn kamer (ik was Emma). Het enige groen dat de afgelopen 5 jaar mijn huis binnen is geweest – een peterselieplantje en een cactus – heb ik binnen 3 dagen vermoord (dit is eigenlijk een verkeerd gekozen woord, want insinueert enige actie terwijl er meer sprake was van een ‘moet-zoiets-water-hebben-dan?-houding’). Bloemen zijn niet aan mij besteed, ik krijg liever een boek. Gelukkig heeft mijn gehele omgeving dat inmiddels ter harte genomen en zijn er zelfs mensen die als ik bij hen langskom onopvallend objecten tussen mij en de kamerplant proberen te schuiven.

Ik ben een stadsmens. Ik vrees dat ik zo geboren ben. De geluiden van bellende mensen, sirenes en leven geven me oneindig veel rust. In hotels slaap ik het liefst aan de kant van de drukste weg (gek genoeg wordt dat verzoek vrijwel altijd gehonoreerd door de manager van het hotel) met het raam open. Londen, Rome, Parijs, Singapore, hoe drukker, hoe beter. Ik word buiten graag bijna omver gebeld, gegeten, gereden of gefietst. En binnen zit ik graag in een levendig etablissement (het liefst in Nothing Hill, Trastevere of St.- Germain-des-Pres) tussen de (appelkaneel) muffinpapiertjes en oude kranten. Zo’n café waar oude buurtbewoners een kaartje leggen en een praatje maken met de barvrouw wier kat op de bar de wacht houdt, maar waar ook meisjes komen die weten hoe je kleren zodanig samenvoegt dat het een outfit wordt. Zo’n plek die net niet in reisgidsen staat en de perfecte mix is van laptops en pijptabak.

Misschien is mijn afkeer van natuur en voorkeur voor bebouwing ook de verklaring voor mijn terrasjesfobie. Ik hou van het rustgevende geluid van het koffiezetapparaat. Ik heb graag een dak boven mijn hoofd. Ik heb mijn stadsverslaving en weerzin tegen ‘buiten lekker niks doen’ inmiddels volledig geaccepteerd. Vroeger voelde ik me een freak wanneer ik – iets drinken buiten de deur – met 30 graden liever binnen in het café zat dan op het terras, maar inmiddels ga ik zonder gêne heerlijk bij het raam zitten en kijken naar alle mensen die buiten zitten (terwijl zij vechten om een plekje en ik keuze heb uit alle tafels).

De enige momenten waarop schuldgevoel mij nog bekruipt, zijn die waarop mijn moeder op mooie dagen als vandaag liefdevol ‘geniet je wel een beetje van het lekkere weer?’ mijn kant op gooit door de telefoon. Maar inmiddels heb ik daarvoor de oplossing: die bloempotten vol vrolijke en gezonde bloemen (die normale mensen op tijd water geven en waar ze enig geluk aan lijken te ontlenen), trek ik gewoon aan. En de verzorging is met deze tas geen enkele moeite. Kan ik lekker binnen genieten van de zon die door het raam op jurk en boek of beeldscherm valt en me één met de natuur voelen. Ja, mam, ik geniet heerlijk van het zonnetje en de bloemen!

Did you water the plants? Yes dear!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s